Zorgtoeslag

Alle verzekerden die nominale premie betalen, hebben in principe recht op een tegemoetkoming in de premie van de basisverzekering. Dit komt dus neer op alle verzekerden vanaf 18 jaar. Deze tegemoetkoming wordt de zorgtoeslag genoemd. Echtgenoten of fiscale partners kunnen alleen gezamenlijke aanspraak maken op de zorgtoeslag.

Voor de zorgtoeslag zijn vier begrippen van belang:
  • De standaardpremie: het gemiddelde nominale premiebedrag van alle verzekerden, verminderd met de gemiddelde no-claimteruggaaf. De standaardpremie wordt jaarlijks door de overheid berekend;
  • De normpremie: het premiebedrag wat de verzekerde, gezien het inkomen, volgens de overheid kan betalen aan nominale premie;
  • Het drempelinkomen: wordt berekend over het minimumloon (inclusief vakantietoeslag) en wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld. Grofweg komt dit drempelinkomen overeen met 100% van het minimumloon;
  • Het toetsingsinkomen: het gezinsinkomen van de betreffende persoon / personen.
De zorgtoeslag is het verschil tussen de standaardpremie en de normpremie. De standaardpremie is een jaarlijks door de overheid berekend bedrag en is het gemiddelde nominale premiebedrag van alle verzekerden, verminderd met de gemiddelde no-claimteruggaaf.

De normpremie wordt als volgt berekend:
  • Voor één persoon: 3,5% over het drempelinkomen + 5% over het verschil tussen het toetsingsinkomen en het drempelinkomen. Is het toetsingsinkomen lager dan het drempelinkomen dan is de normpremie alleen 3,5% van het drempelinkomen;
  • Voor een echtpaar / partners: 5% over het drempelinkomen + 5% over het verschil tussen het toetsingsinkomen en het drempelinkomen. Is het toetsingsinkomen lager dan het drempelinkomen dan is de normpremie alleen 5% van het drempelinkomen.
Kinderen vanaf 18 jaar hebben een zelfstandig recht op de Zorgtoeslag. Hun eventuele inkomen wordt dus niet meegeteld bij het gezinsinkomen.

Bedraagt de normpremie minder dan de standaardpremie, dan heeft de verzekerde recht op een zorgtoeslag (dus feitelijk een premieteruggaaf). Deze zorgtoeslag wordt via de Belastingdienst uitgekeerd. Verzekerden die menen recht op een zorgtoeslag te hebben, moeten de zorgtoeslag bij de Belastingdienst aanvragen. De aanspraak op de zorgtoeslag wordt maandelijks beoordeeld in verband met mogelijke wijzigingen in de omstandigheden.

Voorbeelden:
Gegevens: het drempelinkomen is € 17.500
De standaardpremie per verzekerde is € 1.030
Verzekerde zonder partner en zonder inkomen:
De normpremie is € 612,50 (3,5% van € 17.500). Deze verzekerde krijgt een zorgtoeslag van € 417,50 (= € 1.030 - € 612,50).

Verzekerde zonder partner met een toetsingsinkomen van € 21.500:
De normpremie is € 812,50 (3,5% van € 17.500 + 5% van (€ 21.5000 - € 17.500)). Deze verzekerde krijgt een zorgtoeslag van € 217,50 (= € 1.030 - € 812,50).

Verzekerde zonder partner met een toetsingsinkomen van € 27.000:
De normpremie is € 1.087,50 (3,5% van € 17.500 + 5% van (€ 27.000 - € 17.500)). Er is dus geen recht op zorgtoeslag, omdat de normpremie hoger is dan de standaardpremie.

Verzekerde met partner zonder inkomen:
De normpremie is € 875 (5% van € 17.500). Deze verzekerden krijgen een zorgtoeslag van € 1.185 (= € 2.060 (2x de standaardpremie) - € 875).

Verzekerde met partner met een toetsingsinkomen van € 27.000:
De normpremie is € 1.350 (5% van € 17.500 + 5% van (€ 27.000 - € 17.500)). Deze verzekerden krijgen een zorgtoeslag van € 710 (= € 2.060 (2x de standaardpremie) - € 1.350).

Verzekerde met partner met een toetsingsinkomen van € 42.000:
De normpremie is € 2.100 (5% van € 17.500 + 5% van (€ 42.000 - € 17.500)). Deze verzekerden hebben geen recht op de Zorgtoeslag, omdat de normpremie hoger is dan tweemaal de standaardpremie.
Of er recht is op zorgtoeslag is dus afhankelijk van het inkomen. Op basis van de (indicatieve) cijfers bij de voorbeelden is te herleiden dat alleenstaanden met een inkomen tot ongeveer € 26.000 zorgtoeslag kunnen krijgen, en dat partners met een gezinsinkomen tot ongeveer € 41.200 zorgtoeslag krijgen.